Onderzoek Steunpunt Milieu en Gezondheid halfweg! Tijd voor een stand van zaken

19/04/2019 - De 4e onderzoekscyclus van het Steunpunt Milieu en Gezondheid (2016 – 2020) is intussen meer dan halfweg. In 2018 werden de rekrutering en het veldwerk succesvol afgerond. In ongeveer anderhalf jaar tijd vonden de onderzoekers 610 jongeren bereid om deel te nemen aan het onderzoek dat blootstelling aan milieuvervuilende stoffen en vroegtijdige gezondheidseffecten in het lichaam meet. Verpleegkundigen van het PIH (Provinciaal Instituut voor Hygiëne) voeden het veldwerk grotendeels uit op verschillende scholen verspreid over Vlaanderen, en deels ook met huisbezoeken. Nu kan het analysewerk van start gaan, eerst in de labo’s en daarna de data-analyse.

Auteurs: Dries Coertjens en Bert Morrens (UAntwerpen)

Labo-analyses van start en opmaak database

Alle stalen (bloed, urine en haar) van de deelnemers werden opgestuurd naar diverse labo’s in Vlaanderen en ook enkele in Europa, waar ze worden geanalyseerd op een hele reeks chemische stoffen. Er zullen ook heel wat nieuwe stoffen worden gemeten en op enkele stalen wordt een ‘non-targeted screening’ uitgevoerd."Met een non-targeted screening trachten we om deze stalen zo goed mogelijk te karakteriseren, zodat we stoffen die we misschien niet verwachten toch kunnen opgemerken. Een primeur voor België." Zegt Michiel Bastiaensen (UAntwerpen). Al deze analyses nemen heel wat tijd in beslag. Verschillende laboranten en analisten zijn er dag in dag uit mee aan de slag. We verwachten de meeste analyseresultaten tegen de zomer van 2019.

Daarnaast worden ook vragenlijsten en gezondheidsgegevens verwerkt in een databestand. De onderzoekers namen de vragenlijsten af bij de jongeren en hun ouders. Deze vragenlijsten moeten ons helpen om de chemische analyses zo goed mogelijk te interpreteren. Ze bevatten o.a. informatie over de gezinssituatie, de woonomgeving en informatie over voeding en levensstijl. In die data wordt ook gezocht naar gedragsprofielen, om na te gaan of bepaalde gedragskenmerken vaak samengaan (zie ook verder over ecologisch gedrag). Ook gezondheidsgegevens werden bevraagd, bovenop de gegevens die we opvragen bij het Centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) en enkele gezondheidstesten die werden uitgevoerd tijdens de onderzoeksdag.

Eerste resultaten verwacht tegen einde 2019

De data-analyse zal gebeuren door de verschillende onderzoeksteams van het Steunpunt Milieu en Gezondheid (M&G), verbonden aan de vijf Vlaamse universiteiten en VITO en PIH. De onderzoekers komen maandelijks samen voor een multidisciplinaire bespreking van de tussentijdse resultaten. Een eerste gezamenlijke communicatie zal worden voorbereid tegen het einde van 2019. Deze eerste resultaten zullen vooral gaan over de blootstellingswaarden: de gemiddelde blootstelling in Vlaanderen voor de gemeten stoffen, de spreiding in de onderzoekspopulatie, evoluties in de tijd voor stoffen die ook eerder al eens werden gemeten en enkele statistische basisanalyses (zoals verschillen tussen jongens en meisjes, sociale verschillen en verschillen tussen jongeren die wonen in een stedelijke, randstedelijke of landelijke woonomgeving).

De jongeren zullen dan ook hun eigen individuele resultaten ontvangen, tenzij ze hebben aangegeven dit niet te wensen. Het Steunpunt M&G wil dit zorgvuldig doen met voldoende duiding en adviezen over het beperken van blootstelling aan milieuvervuilende stoffen. Dit vraagt dus heel wat aandacht. Uit respect voor de deelnemers willen we hen, naast de persoonlijke resultaten, ook tijdig inlichten over de groepsresultaten, vooraleer deze volop publiek of in de pers verschijnen. Dit staat immers zo beschreven in onze spelregels voor communicatie.

Verdere inhoudelijke analyse en beleidsvertaling

De huidige onderzoekscyclus van het Steunpunt M&G loopt nog tot het einde van 2020, wat ons de nodige tijd geeft om bepaalde statistische analyses verder uit te diepen en ook samen met de overheid en andere stakeholders na te denken over beleidsopties om de milieu-gezondheidssituatie in Vlaanderen verder te verbeteren. Met het oog op die meer diepgaande analyses werden bij de start van dit Steunpunt M&G enkele nieuwe onderzoekstopics voorgesteld. Ongeveer twee jaar geleden (in het najaar van 2016) werden daarover ook rondetafelgesprekken georganiseerd om diverse beleidsdomeinen en middenveldorganisaties vanuit die thema’s te betrekken bij het onderzoek. Het Steunpunt M&G wil deze dialoog binnenkort terug oppikken met het oog op de communicatie, interpretatie en beleidsvertaling van de onderzoeksresultaten (zie ook verder in deze tekst: ‘Opportuniteiten voor overleg’).

  1. Ruimtegebruik en gezondheid

Een eerste thema dat meer in detail zal worden onderzocht, is de relatie tussen ruimtegebruik en gezondheid. Het gaat dan onder meer over de nabijheid van groen, maar ook bv. van bebouwing, verkeer en landbouw. Vooral de positieve invloed van groene ruimte op de gezondheid en de impact van verkeersblootstelling op de gezondheid krijgen recent veel aandacht, o.a. naar aanleiding van studies als CurieuzeNeuzen. Die aandacht is sinds de start van dit Steunpunt in 2016 alleen maar toegenomen.

Ter voorbereiding op deze statistische analyses hebben onderzoekers van UHasselt en VITO dit jaar samen met het Vlaams Planbureau voor Omgeving (departement Omgeving) en de Vlaamsemilieumaatschappij de meest recente en relevante kaartgegevens verzameld. Met name de Vlaamse Groenkaart van 2013, de Vlaamse landgebruikkaart en gegevens over verstedelijking, gebouwendensiteit, luchtkwaliteit en ‘walkability’ (een tool die recent werd ontwikkeld door Gezond Leven en departement Omgeving met de steun van de Vlaamse Overheid). Verschillende van deze gegevens zijn ook raadpleegbaar op de dataviewer Leefkwaliteit

Daarnaast zal ook de woongeschiedenis en schoolomgeving van de deelnemers in kaart worden gebracht (met behulp van ‘geocodering’), zodat we deze gegevens in verband kunnen brengen met de andere beschikbare kaartlagen voor verdere analyse. Voor elke deelnemer kunnen we op die manier scores berekenen voor de verschillende ruimtelijke kenmerken. Bv. het percentage groen rond de woning en rond de school zal worden berekend voor verschillende zones rond het woonadres en schooladres (variërend van 100m tot 5km rond de adressen). Daarbij zal ook een onderscheid worden gemaakt tussen types groen, zoals bv. stadsgroen of buurtgroen versus open natuur of landbouwgebied.

In combinatie met de gegevens van de humane biomonitoring (over blootstelling en gezondheid) hopen de onderzoekers meer te weten te komen over de complexe relatie tussen ruimtegebruik en gezondheid. Maar het spreekt voor zich dat dit geen eenvoudige opdracht is. "Eén van de onderzoekshypothesen is dat het ondervinden van stress door omgevingsfactoren, zowel bewust als onbewust, een tussenliggend mechanisme is dat de cognitieve en gedragsontwikkeling van de jongeren kan beïnvloeden” zegt prof. dr. Tim Nawrot (UHasselt). Maar ook andere gezondheidseffecten zullen worden bekeken in relatie tot de ruimtelijke context, zoals bv. astma en luchtwegklachten of DNA-schade. We hebben hiervoor een reeks vroegtijdige merkers die iets zeggen over het risico op verschillende gezondheidseffecten op latere leeftijd."

Veerle Verheyen (VITO/UAntwerpen) vult aan dat we ook zullen kijken naar de invloed van de ruimtelijke kenmerken op de blootstelling aan milieuvervuilende stoffen. "Uit het CurieuzeNeuzen project bleek alvast dat de luchtkwaliteit lokaal heel sterk kan verschillen, zelfs op heel kleine schaal. 42 jongeren van de humane biomonitoring voerden thuis ook een NO2-meting uit met passieve samplers volgens dezelfde methode als in het CurieuzeNeuzen project. En 134 jongeren bezorgden ons een staal van het stof op hun slaapkamerraam. We kunnen die stalen analyseren op magnetiseerbaar stof, zoals dat ook gebeurde in de Airbezenstudies. Dit magnetiseerbaar stof is vooral afkomstig van gemotoriseerd verkeer, industrie, trein en tramverkeer. De bekomen meetwaarden (µA) kunnen niet vergeleken worden met luchtkwaliteitsmetingen zoals uitgevoerd door de Vlaamse Milieumaatschappij, maar zijn mogelijk een aanvulling op de kennis over de lokale luchtkwaliteit in de woonomgeving van de jongeren."

Tijdens het rondetafelgesprek over dit thema werd aandacht gevraagd voor onder meer de toegankelijkheid, het effectieve gebruik en de subjectieve appreciatie van het groen in de buurt. Deze aspecten zijn mogelijk ook bepalend voor de mate waarin de beschikbare groene ruimte een invloed heeft op de gezondheid. Daarover werden enkele vragen opgenomen in de vragenlijst. Aan de jongeren werd eveneens gevraagd om ons foto’s te bezorgen van het uitzicht vanuit de woning, maar dit onderdeel was niet verplicht en werd uitgevoerd door ongeveer 1/3 van de jongeren. Er moet nog bekeken worden of dit voldoende materiaal heeft opgeleverd voor een analyse.

Verder leerden we uit het rondetafelgesprek dat het voor beleidsmakers en ruimtelijke planners vooral belangrijk is om een beter inzicht te krijgen in de manier waarop onze leefomgeving zo gezond mogelijk kan worden ingericht, ook in een stadscontext. Vanuit ecologische overwegingen wordt immers ingezet op wonen in de stad of in dorpskernen. En in die woonkernen wordt gewerkt aan een verdichting van het bebouwde weefsel, zodat geen bijkomende open ruimte moet worden aangesneden. De resultaten van het onderzoek zullen dus zo goed mogelijk in die context geïnterpreteerd moeten worden om relevant te zijn voor beleid. Daarom zal in de interpretatiefase ook opnieuw overleg worden georganiseerd met betrokken partijen.

  1. Ecologische levensstijl en gezondheid

Een tweede thema dat meer in detail zal worden onderzocht is de relatie tussen ecologisch gedrag en gezondheid. We willen nagaan of bepaalde ecologische gedragingen ook een aantoonbare impact hebben op de blootstelling aan chemische stoffen en de gezondheidsparameters die we meten in het humane-biomonitoringsonderzoek. We focussen daarvoor meer in detail op twee domeinen, met name de woning (het binnenhuismilieu) en voeding. Bijkomend werden ook enkele andere facetten van ecologisch gedrag bevraagd, zoals consumptiegedrag, zuinig gedrag, energiegebruik en mobiliteitsgewoonten. Daarnaast hebben we ook de milieuattitude (bezorgdheid om het milieu) bevraagd.

In eerste instantie zullen we bekijken in welke mate deze verschillende aspecten van gedrag (en attitude) met elkaar samengaan en of we op basis daarvan bepaalde ecologische levensstijlprofielen kunnen afleiden. Indien dit mogelijk blijkt, dan kunnen we die profielen ook gebruiken in de statistische analyses om verschillen in blootstelling en effect te onderzoeken. Maar zover zijn we nog niet. Gedrag wordt immers beïnvloed door vele factoren en is daardoor niet altijd consistent. Deelnemers die wonen in een ecologische woning zijn bv. niet per definitie ook bezig met ecologische voeding. Daarnaast is ook reeds aangetoond dat de relatie tussen milieuattitude en milieubewust gedrag niet heel sterk is (Beyst 2011). Bezorgdheid om het milieu wil dus niet altijd zeggen dat men ook milieubewust gedrag stelt. Afwachten dus wat deze analyses opleveren.

Ecologisch wonen

Een subthema dat meer in detail zal worden bekeken in dit werkpakket is ecologisch wonen en binnenmilieu. Uit eerder onderzoek, o.a. van het Steunpunt M&G, is immers gebleken dat verschillende chemische stoffen waaraan we worden blootgesteld, in ons lichaam terechtkomen via het binnenhuismilieu. Een hogere blootstelling aan bepaalde stoffen werd bijvoorbeeld al in verband gebracht met kachelgebruik en bepaalde bouwmaterialen (zoals PVC-vloer en PVC-behang). Ook (nieuwe) meubels, elektronica, schoonmaakproducten e.d. zijn gekende bronnen van chemische stoffen in huis. Het is daarom belangrijk om dagelijks te ventileren en te verluchten.

Inzake ecologisch wonen denken we in eerste instantie aan goed geïsoleerde en energie-efficiënte woningen. Deze woningen zijn bijna volledig luchtdicht waardoor een goed werkend ventilatiesysteem essentieel is om de vervuilende stoffen in de binnenlucht af te voeren. Maar ook andere ecologische aspecten zouden een invloed kunnen hebben op de kwaliteit van de binnenlucht, waaronder het gebruik van ecologische bouwmaterialen en ecologische schoonmaakproducten. In dat opzicht werd de vragenlijst rond binnenmilieu deze keer aanzienlijk uitgebreid.

Helaas werden niet alle vragen even goed ingevuld. Wellicht omdat deelnemers het antwoord niet wisten (bv. het EPC-peil, of K- en E-peil van de woning). Voor andere vragen zien we soms maar weinig variatie in de antwoorden, bijvoorbeeld bij de vragen over aanwezigheid van dubbele beglazing of over roken in de woning. Ook het aantal deelnemers waarbij recent verbouwingswerken werden uitgevoerd is beperkt in de steekproef. "Maar gelukkig hebben we ook heel wat andere vragen die wel variatie in antwoorden tonen”, zegt Ann Colles (VITO), “bijvoorbeeld voor de mate waarin de woningen van de deelnemers goed geïsoleerd zijn, de aan- of afwezigheid van een ventilatiesysteem of het handmatig ventileren en verluchten van de woning hebben we op het eerste zicht goede gegevens met voldoende variatie. Hoewel dit slechts een eerste verkenning is van de dataset. De komende maanden wordt dit nog meer in detail bekeken."

In een ander humane-biomonitoringsonderzoek in de regio Dessel-Mol-Retie  (de 3xG-studie), waarbij een 300-tal pasgeborenen opgevolgd worden tot een leeftijd van 18 jaar,  werd alvast vastgesteld dat blootstelling aan PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) een derde lager is bij deelnemers waarbij de woning zowel geventileerd als verlucht wordt, in vergelijking met deelnemers waarbij enkel verlucht wordt. PAK’s zijn stoffen die vrijkomen bij verbranding en die dus in het binnenmilieu terechtkomen via onder meer de kachel, roken in huis, tijdens het koken of ook bv. via een garage die verbonden is met de woning (uitlaatgassen bij het starten van voertuigen of apparaten met een brandstofmotor). Recent werd in dezelfde studie ook een verband gevonden tussen goed ventileren en een lagere blootstelling aan ftalaten. Dit zijn stoffen (plastiek weekmakers) die bv. gebruikt worden in PVC-vloer en PVC-behang maar ook in heel wat andere consumentenproducten. Goed ventileren en verluchten is dus de boodschap.

Aangezien ook de mogelijke gezondheidsimpact van kachelgebruik steeds meer aandacht krijgt, werd door het departement Omgeving van de Vlaamse overheid bijkomend budget vrijgemaakt voor een extra verkennend onderzoek bij enkele van de steunpuntdeelnemers met een kachel. Die studie onderzoekt de invloed van kachelgebruik op de kwaliteit van de binnenlucht en op de interne blootstelling en de gezondheid bij deze deelnemers. Hiervoor zullen gecombineerde metingen van binnenluchtkwaliteit en humane biomonitoring (biomerkers) worden uitgevoerd bij enkele deelnemers met een kachel. De resultaten van dit extra onderzoek worden verwacht in het najaar van 2019 en kunnen bijkomende inzichten opleveren voor de interpretatie van de resultaten van de humane biomonitoring.

Ecologische voeding

Een tweede subthema in dit werkpakket is ecologische voeding. Ook voeding is een klassiek onderwerp dat telkens wordt meegenomen in humane biomonitoring. Zo weten we bijvoorbeeld dat consumptie van bepaalde vissoorten, van sommige zelfgeteelde groenten of van eieren van eigen kippen een invloed kan hebben op de blootstelling aan bepaalde chemische stoffen. Dit heeft in het verleden o.a. aanleiding gegeven tot de campagne ‘Gezond uit Eigen Grond’ van de Vlaamse overheid. Recent verscheen ook nog een advies van de Hoge Gezondheidsraad over arseen in rijstproducten.

Naar aanleiding  van de focus op ecologische voeding werden nu ook gedetailleerde vragen opgenomen in de vragenlijst over consumptie van bio-voeding. We bevragen o.a. welke bio-producten geconsumeerd worden en de frequentie daarvan. Op basis van die gegevens hopen we de deelnemers te kunnen indelen in groepen die veel tot nooit bio-voeding eten. Daarnaast werden in het kader van eco-gedrag ook enkele andere aspecten bevraagd in relatie tot voeding, zoals aandacht voor het eten van seizoensgebonden groenten en fruit, het beperken van consumptie van voeding uit verre landen, minder vlees eten en aandacht voor het beperken van verpakkingsmateriaal.

Aandacht voor sociale diversiteit en het jongerenperspectief

Voor de rekrutering van de deelnemers werd opnieuw veel aandacht besteed aan sociale en etnische diversiteit. In enkele scholen met een hoog percentage GOK-leerlingen (Gelijke Onderwijs Kansen) werden bijkomende inspanningen gedaan om voldoende jongeren te overtuigen om deel te nemen. Uit ervaring weten we dat het daarbij vooral belangrijk om mogelijke drempels rond het onderzoek weg te nemen. Ook werden enkele communicatiematerialen aangepast. Bijvoorbeeld het toestemmingsformulier voor deelname aan het onderzoek, een vrij juridisch omschreven tekst, werd samen met de organisatie ‘Wablieft’ herschreven in eenvoudige en motiverende taal. Door deze extra inspanningen zijn we erin geslaagd om de sociale en etnische diversiteit van de steekproef te verbeteren.

De aandacht voor sociale inclusie stopt niet na de rekrutering. Ook in de verdere analyse, communicatie en beleidsvertaling zal dit een actief aandachtspunt blijven. Dit werd overigens aangemoedigd in elk van de ronde tafels die we in 2016 organiseerden. Zeker inzake de bovenvermelde thema’s is immers geweten dat bepaalde sociale groepen vaak minder toegang hebben tot bv. kwalitatieve groene ruimte, bio-voeding of middelen om te investeren in de woning. Terwijl net deze groepen er het meeste baat bij zouden hebben.

Aangezien het onderzoek wordt uitgevoerd bij jongeren trachten we bovendien ook om de communicatie rond het onderzoek zo goed mogelijk af te stemmen op jongerenmaat. Een hele uitdaging waarvoor we in 2019, in de voorbereiding op de communicatie, hopen samen te werken met jongerenorganisaties. Van de ronde tafels leerden we alvast dat communicatie over thema’s als natuur en ecologie vaak te negatief gekaderd worden en bovendien vanuit een normatieve of belerende insteek. Een discours dat wellicht niet goed werkt bij jongeren.

Tijdens de rekrutering en het veldwerk stelden we ook vast dat veel scholen en leerkrachten vragende partij zijn om het thema milieu en gezondheid meer aandacht te geven in het onderwijs. Vanuit het Steunpunt M&G werd daarom alvast een aanzet gegeven voor een lespakket dat momenteel wordt afgetoetst bij enkele betrokken scholen en leerkrachten. Er werd ook een poging gedaan om extra middelen aan te trekken voor ‘citizen science’, zodat we de jongeren nog actiever hadden kunnen betrekken bij het onderzoek. Jammer genoeg zijn deze middelen niet aan het Steunpunt M&G toegekend. Toch zien we veel potentieel om dit verder uit te bouwen naar de toekomst toe.

Opportuniteiten voor overleg in 2019 en 2020

Na een drukke periode van veldwerk hopen we in 2019 en vooral in 2020 de draad weer op te pikken van het overleg dat we bij aanvang van het onderzoek in gang hebben gezet met de ronde tafels. 

In 2019 zullen we ons toeleggen op de voorziene eerste communicatie van het najaar en de voorbereiding van de beleidsinterpretatie in 2020. In functie daarvan willen we overleg opzetten rond onze communicatiestrategie en -planning en het ontwikkelen van communicatiematerialen op jongerenmaat. Zoals eerder vermeld zal die communicatie vooral gaan over de blootstellingsgegevens, die met voorrang aan de deelnemers gecommuniceerd zullen worden.

Het inhoudelijke overleg over de thema’s groene ruimte en ecologische levensstijl zal pas daarna op volle snelheid komen. Deze analyses zullen ook iets meer tijd vergen en zullen dus nog geen onderdeel zijn van de communicatie in najaar 2019. Wellicht in het voorjaar van 2020 willen we opnieuw enkele ronde tafels organiseren voor een gezamenlijke reflectie over eerste analyseresultaten voor deze thema’s, alsook aandachtspunten voor de communicatie en opties voor beleidsdoorwerking. Waar relevant kan in 2019 ook al een meer gerichte consultatie georganiseerd worden. De deelnemers aan de ronde tafels in het najaar van 2016 zullen daarover uiteraard op de hoogte gehouden worden. 

Was je nog niet betrokken in 2016, maar wens je op de hoogte te blijven over verdere initiatieven? Of ken je iemand die we best ook informeren? Geef ons dan een seintje: dries.coertjens@uantwerpen.be

Meer informatie?

Neem gerust contact met ons op!

Of schrijf je in op de nieuwsbrief Gezond Milieu voor updates over het Steunpunt Milieu en Gezondheid en de andere partners van het Vlaams Medisch-Milieukundig Netwerk.

 

Ook op onze website vind je heel wat informatie:

Voor deelnemers

Over de stoffen die we meten (update voorzien in de loop van 2019)

Rapporten en publicaties uit het verleden

Over de historiek van het Steunpunt Milieu en Gezondheid

Over Europese samenwerking(HBM4EU)

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Meer nieuws

Studiedag Steunpunt Milieu & Gezondheid - 21 mei 2019

19/04/2019 - Complexe blootstellingen in een complexe omgeving. Steeds meer chemische stoffen kunnen gemeten worden in onze omgeving en in ons lichaam. Steeds meer ...

Bloedprikken

610 jongeren uit heel Vlaanderen nemen deel

7/12/'18 - De rekrutering van de jongeren voor het onderzoek startte in het voorjaar van 2017 en is nu afgerond. Meer over het veldwerk

afbeelding3

Extra beloning voor drie deelnemers van de humane biomontoring

23/11/'18 - Vorig schooljaar namen 620 jongeren deel aan de humane biomonitoring. Naast een persoonlijke beloning, kreeg iedereen ook een lotje waarmee ze kans maakten op een cadeaubon...

analyse

Het Steunpunt meet een hele reeks nieuwe chemische stoffen

29/03/'18 - In de huidige meetcampagne worden verschillende nieuwe chemische stoffen gemeten...

veldwerk

Zonder deelnemers geen resultaten

29/03/'18 - Voor het vierde Steunpunt Milieu en Gezondheid rekruteren we momenteel 600 jongeren van 14 en 15 jaar. Lees hier een stand van zaken van het veldwerkteam...