Resultaten van het Vlaams humane-biomonitoringsprogramma 2016-2020 - Deel 2

Dorpskern

Groene ruimte, stedelijke omgeving en binnenhuismilieu beïnvloeden de blootstelling aan chemische stoffen en de gezondheid

In februari 2020 rapporteerde het Steunpunt Milieu en Gezondheid de Vlaamse referentiewaarden voor inwendige blootstelling aan verontreinigende stoffen bij jongeren van 14-15 jaar. Er werden referentietabellen opgesteld, tijdstrends berekend en de gegevens uit Vlaanderen werden vergeleken met deze van andere landen. 

De gegevens van de humane biomonitoring in Vlaanderen zijn een enorme schat aan informatie. Bij 610 jongeren werden meer dan 70 chemische stoffen gemeten in bloed en urine; daarnaast werden ook verschillende gezondheidsmetingen uitgevoerd; via vragenlijsten werd informatie verzameld over de leefomgeving, de woning en de levensstijl (bijv. voeding, roken, beweging) van de jongeren.

Verschillende onderzoeksgroepen van het Steunpunt Milieu en Gezondheid analyseerden deze gegevens meer in de diepte. Hun doel was om meer inzichten te verwerven in zowel de risicofactoren als de beschermende factoren die de gezondheid en de hoeveelheid chemische stoffen in ons lichaam beïnvloeden. Deze kennis kan gebruikt worden om beleidsacties en gezondheidsadviezen te onderbouwen. De focus in dit onderzoek lag op de ruimtelijke omgeving en het binnenhuismilieu.

groene ruimte

RUIMTELIJKE OMGEVING. 

De woonomgeving heeft een belangrijke invloed op de gezondheid. Jongeren met meer groen in hun buurt (bijv. bomen, hagen, parken) scoorden beter op aandachtstesten en vertoonden een tragere celveroudering. Ook de toegankelijkheid van de groene ruimte en de tijd die men in het groen doorbrengt spelen daarbij een rol.

Voor meer details, lees verder. 

icoon binnenmilieu

BINNENHUISMILIEU. 

Binnenshuis worden jongeren blootgesteld aan chemische stoffen, onder meer via kachels, rokers in huis, een vinylvloer, geurverspreiders. Het goede nieuws is dat ventileren en verluchten kan helpen om de concentratie van al deze stoffen te verlagen. Bij jongeren die in recent gebouwde huizen wonen, werden lagere concentraties gedetecteerd van stoffen die de voorbije decennia strenger gereglementeerd werden. Denk daarbij aan lood, gebromeerde vlamvertragers en sommige plasticweekmakers. Alertheid blijft wel belangrijk, omdat verboden stoffen worden vervangen door andere stoffen waarvan de schadelijkheid nog niet is gekend.  

Voor meer details, lees verder.


Prof Greet Schoeters coördineerde het onderzoek en benadrukt dat de resultaten belangrijke boodschappen bieden voor het beleid: “De overheid kan de gezondheid verbeteren door te zorgen voor meer toegankelijke en groene ruimte, zowel in stedelijk als landelijk gebied. Belangrijk is eveneens een strenge regelgeving om schadelijke chemische stoffen in consumptieproducten aan banden te leggen.”

Ook de burger kan met de resultaten aan de slag. Vertoeven in een groene omgeving, en de woning goed ventileren en verluchten zijn voorbeelden van eenvoudig maatregelen die de gezondheid verbeteren. Hierbij is extra aandacht nodig voor sociaal kwetsbare burgers, zodat ook zij voldoende toegang hebben tot groen of als huurder mogelijkheden krijgen om zelf gezonde keuzes te maken.

 
Ruimtelijke omgeving: groene ruimte, luchtvervuiling, verstedelijking, landbouw

logo groene ruimteOp basis van het thuisadres kunnen we de woonomgeving van de jongeren in kaart brengen. Via kaartgegevens en informatie uit de vragenlijsten wordt de hoeveelheid groene ruimte, de toegankelijkheid tot groen, de hoeveelheid landbouwgebied, de graad van verstedelijking en de hoeveelheid luchtvervuiling per deelnemer berekend. Deze informatie koppelen we aan metingen van gezondheid en van interne chemische blootstelling.

De hoeveelheid groen in de buurt van de woning heeft een invloed op de gezondheid van de jongeren. Jongeren die wonen in een buurt met meer hoog groen (bomen) presteerden beter op aandachttesten. Niet enkel de aanwezigheid van groen, maar ook de toegankelijkheid van het groen en de tijd die jongeren doorbrengen in het groen was geassocieerd met betere scores op de aandachttesten.

Een groene omgeving had ook een invloed op de telomeerlengte, een merker voor celveroudering: jongeren met meer groen in de directe omgeving van de woning (<50 meter) hadden langere telomeren, wat duidt op minder veroudering. Dit verband werd ook terug gevonden met het geboorteadres. Dit bevestigt het belang van een gezonde omgeving tijdens de zwangerschap en de eerste levensjaren; deze gevoelige periode is belangrijk voor de gezondheid op latere leeftijd.

De mening van jongeren werd ook bevraagd. Eén op twee jongeren vindt groen in de woonomgeving (zoals parken en bossen) heel belangrijk, o.m. voor contact met de natuur, om tot rust te komen, om elkaar te ontmoeten en om te sporten. Jongeren uit huishoudens met een lager inkomen, lager opleidingsniveau en/of een buitenlandse herkomst geven vaker aan geen toegankelijk groen te hebben in de buurt en hebben ook minder vaak zelf een tuin of uitzicht op groen vanuit de woning. 

Jongeren met meer landbouw in de buurt van de woning (in een buffer van 2 km), hadden meer AMPA in hun lichaam. Dit is een afbraakproduct van de onkruidverdelger glyfosaat. Voor verschillende andere pesticiden zagen we dit verschil niet.

De omgeving waarin jongeren wonen (stedelijk, randstedelijk, landelijk gebied) is verbonden met andere profielen van blootstelling en gezondheid. Op basis van modelkaarten konden we berekenen  dat jongeren in steden gemiddeld hogere concentraties van NO2 en fijn stof op het thuisadres hadden. Dit zijn twee stoffen die afkomstig zijn van uitlaatgassen van verkeer.

Bij jongeren uit een stedelijke of randstedelijke woonomgeving vonden we ook meer verkeers-polluenten (benzeen en PAK’s) in de urine dan bij jongeren uit een landelijke woonomgeving. De concentratie van PAK’s in de urine was geassocieerd met hogere gehaltes aan cortisol in haar (een stresshormoon), meer DNA-schade en onderdrukking van de immuunrespons in het lichaam.

Besluit: de woonomgeving heeft een invloed op de blootstelling aan chemische stoffen en op de gezondheid

Besluit ruimtegebruik


Beleidsaanbeveling: 

De resultaten bevestigen dat groen in de nabijheid van de woning en een goede luchtkwaliteit van belang zijn voor de gezondheid en ontwikkeling van jongeren. Het gaat daarbij niet enkel over aanwezigheid van groen, maar ook de toegankelijkheid ervan en de tijd die men buiten in het groen doorbrengt. 

Gezien het feit dat de open en groene ruimte in Vlaanderen beperkt is, is het essentieel dat er een inspanning geleverd wordt om de bestaande groene ruimte te behouden, uit te breiden en de toegankelijkheid ervan te verbeteren, zowel in de steden als in landelijke gebieden.

 
Chemische blootstelling en binnenhuismilieu
logo binnenhuis

Op basis van een uitgebreide vragenlijst die de jongeren en hun ouders beantwoordden werd heel wat informatie verzameld over de woning en de gewoontes van de huishoudens. Hierbij werd extra aandacht besteed aan ecologische factoren, zoals keuze voor milieuvriendelijke materialen en ecologisch bouwen. 

 

De woningkenmerken beïnvloedden de blootstelling van de jongeren.

  • In recente gebouwde woningen hadden jongeren minder lood, gebromeerde vlamvertragers en plastic weekmakers in bloed of urine. Dit zijn stoffen die streng gereglementeerd zijn omdat hun schadelijke effecten op de gezondheid ondertussen gekend zijn. Ze worden in materialen en producten vaak vervangen door alternatieven waarvan de gezondheidseffecten nog niet goed gekend zijn. Deze alternatieve stoffen (bijv. DINCH) vinden we bij jongeren uit nieuwe huizen verhoogd terug in de urine.
  • Wonen in energiezuinige woningen en kiezen voor meer milieuvriendelijke materialen in de woning was geassocieerd met lagere gehaltes aan sommige perfluorverbindingen in het bloed.  
  • Jongeren die wonen in een woning met vinylvloer of -behang hadden meer afbraakproducten van plastic weekmakers in urine.

Gedrag en gewoontes van het huishouden hadden een invloed op de chemische stoffen in het lichaam van de jongeren.

  • Roken binnenshuis, frequent gebruik van een kachel en het gebruik van geurverspreiders resulteerde in hogere gehaltes aan schadelijke PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) in de urine van de jongeren.
  • Het gebruik van pesticiden in en rond de woning werd weerspiegeld in de metingen van urine en bloed: deze jongeren hadden hogere gehaltes aan merkers voor pyrethroïde pesticiden, het chloorfenoxy pesticide 2,4-D en zelfs DDT.
  • In huishoudens waar bleekmiddel regelmatig werd gebruikt als poetsmiddel hadden jongeren een grotere kans op astma en luchtweginfecties.  

Ventileren en verluchten is belangrijk om de concentratie aan chemische stoffen te verminderen. 

  • Het gebruik van een ventilatiesysteem was geassocieerd met lagere gehaltes aan heel wat merkers van chemische stoffen, nl. lood, zowel de oude (gebromeerde) als nieuwe (organofosfaat) vlamvertragers, een nieuwe plastic weekmaker (DINCH) en perfluorverbindingen. 
  • Ventileren en verluchten was in sommige gevallen wel gerelateerd aan hogere concentraties van PAK’s. Mogelijk heeft dit te maken met luchtinvoer van vervuilde buitenlucht (bijv. door uitstoot van verkeer en houtkachels in de buurt). 

Sociale verschillen spelen een rol in de resultaten over het binnenhuismilieu.

  • Jongeren uit huishoudens met een lager gezinsinkomen, lager opleidingsniveau en/of een buitenlandse herkomst rapporteerden meer binnenhuiskenmerken die ongunstiger zijn, o.m. gebruik van een kachel als hoofdverwarming, de aanwezigheid van vinylvloeren, passief roken, het gebruik van geurverspreiders en bleekmiddel. Daarnaast hebben zij vaak minder mogelijkheden om iets aan die situatie te veranderen, onder meer omdat zij minder middelen hebben en vaker wonen in een huurwoning.
 

Besluit: woningkenmerken en het gedrag van bewoners heeft een impact op de interne blootstelling en de gezondheid van jongeren.

Besluit binnenmilieu

Beleidsaanbeveling:

De studie toont aan dat keuzes in de inrichting van de woning of het gedrag van de bewoners een invloed kunnen hebben op de blootstelling aan chemische stoffen en de gezondheid van de bewoners.

Deze resultaten bieden verschillende ankerpunten voor het beleid, zowel in functie van verdere regelgeving, advies voor productkeuze en informatiecampagnes om voordeling gedrag te stimuleren. Specifieke aandacht voor sociaal kwetsbare groepen is daarbij noodzakelijk, aangezien we voor deze groepen een verhoogd risico vaststellen. Bovendien hebben deze groepen vaak zelf minder mogelijkheden om iets aan die situatie te veranderen.

 
Meer info?

Download deze korte samenvatting in pdf: 

pdf bestandKorte samenvatting.pdf (182 kB)


Meer details? Of op zoek naar resultaten voor andere onderzoekstopics?

Download pdf bestandUitgebreide samenvatting van het eindrapport.pdf (249 kB)

Het volledige eindrapport kan je aanvragen via dit aanvraagformulier.

In het eindrapport vind je ook resultaten over:

  • Voeding (lokale- en eigen teelt, biovoeding)
  • Milieuvriendelijk gedrag
  • Opkomende chemische stoffen
  • Blootstelling aan mengsels

Omdat de resultaten nog verwerkt worden in wetenschappelijke publicaties kunnen we nog niet alle details publiek maken. Deze publicaties worden verwacht in 2021. We houden een overzicht bij op deze webpagina.

Met specifieke vragen kan je ons altijd contacteren: info@milieu-en-gezondheid.be

 
Downloads

Download deze korte samenvatting in pdf: 

pdf bestandKorte samenvatting.pdf (182 kB)


Meer details? Of op zoek naar resultaten voor andere onderzoekstopics?

Download de pdf bestandUitgebreide samenvatting van het eindrapport.pdf (249 kB)

Het volledige eindrapport kan je aanvragen via dit aanvraagformulier.

Omdat de resultaten nog verwerkt worden in wetenschappelijke publicaties kunnen we nog niet alle details publiek maken. Deze publicaties worden verwacht in 2021. We houden een overzicht bij op deze webpagina.

Met specifieke vragen kan je ons altijd contacteren: info@milieu-en-gezondheid.be