Webinars over impact ruimtegebruik en binnenmilieu op gezondheid

Dorpskern Smal Met Bron
Op 20 en 26 januari 2021 organiseerde het Steunpunt Milieu en Gezondheid twee Webinars over recente onderzoeksresultaten. Bij 610 Vlaamse jongeren van 14-15 jaar werd de invloed van de binnen- én de buitenomgeving op de gezondheid en op de concentratie aan vervuilende stoffen in het lichaam onderzocht. Dit onderzoek is een vervolg op de humane biomonitoring waarvan de resultaten in februari 2020 gecommuniceerd werden. Zo’n 140 geïnteresseerden schreven zich in voor elke Webinar.

Hieronder volgt een verslag over de Webinar groene ruimte, ruimtegebruik en gezondheid en de Webinar over binnenmilieu en gezondheid.

1. Webinar groene ruimte, ruimtegebruik en gezondheid

Na een welkomswoord en een korte introductie door Ilse Loots (UAntwerpen) en Greet Schoeters (VITO/UAntwerpen), werden de resultaten toegelicht door onderzoekers Esmée Bijnens (UHasselt), Veerle Verheyen (VITO/UAntwerpen), Bert Morrens (UAntwerpen) en Dries Coertjens (UAntwerpen).

De onderzoeksresultaten:

De resultaten tonen dat jongeren met meer groen in hun buurt merkelijk beter scoorden op aandachtstesten. Zeker hooggroen (bijv. bomen, hagen, parken) is gunstig en niet alleen de aanwezigheid maar ook de toegang tot groen is belangrijk. Wie dichtbij groen woont, op minder dan 50 meter van de woning, vertoont ook tragere celveroudering en dat geldt zelfs van bij de geboorte. “Er is steeds meer kennis over de gunstige invloed van groen op de gezondheid, maar uniek aan dit onderzoek is de focus op jongeren en gezondheidseffecten die tot nu toe minder onderzocht werden” zegt Esmée Bijnens (UHasselt).

Naast groene ruimte werd ook gekeken naar de invloed van landbouw, verstedelijking en verkeer. Bij jongeren uit stedelijk gebied werden meer vervuilende stoffen zoals PAKs en benzeen in de urine teruggevonden. Jongeren met meer PAKs vertonen ook meer biologische stress, een zwakkere afweer en meer DNA-schade. Jongeren die meer landbouw in de woonomgeving hebben, hadden hogere concentraties voor AMPA, een afbraakproduct van de onkruidverdelger glyfosaat. Tot slot werden resultaten gepresenteerd van een perceptiebevraging bij de deelnemende jongeren en sociale verschillen daarin.

Een volledige samenvatting van de resultaten vind je hier.

Conclusies rondetafelgesprek over beleidsrelevantie van de onderzoeksresultaten:

Na de resultatenpresentatie werden enkele conclusies toegelicht van een rondetafelgesprek dat in november 2020 georganiseerd werd met een groep actoren uit beleid en maatschappelijk middenveld. Tijdens deze rondetafel werd nagedacht over de beleidsrelevantie van de onderzoeksresultaten voor verschillende beleidsdomeinen en sectoren. Op basis van deze discussie werden enkele opties voor beleid geformuleerd, waarover ook de deelnemers aan de Webinar om feedback werd gevraagd (via Padlet).

Enkele reflecties uit het werkveld:

In een tweede deel van de Webinar werden drie actoren uit het werkveld gevraagd om enkele reflecties bij de onderzoeksresultaten te formuleren: Wat betekenen de resultaten voor hun organisatie en werkpraktijk? En welke prioriteiten of klemtonen zien zij voor het beleid? (Voor het eigen beleidsdomein of ruimer)

  • Robin De Smedt (Departement Omgeving, Vlaamse overheid) verwelkomt de resultaten: “De resultaten objectiveren ons buikgevoel en sterken ons in het beleid dat we in de steigers hebben staan. Het helpt ons om dit beleid verder wetenschappelijk te onderbouwen.” Hij situeerde de resultaten binnen de ambities van het recente Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV): “We willen toekomstige groei versterken door transformatie van de reeds bebouwde ruimte op interessante locaties, en afbouw op minder interessante locaties. We willen meer aandacht opbrengen voor de ruimtelijke inrichting en ruimtelijk rendement, op een manier die klimaat-adaptief is en de leefomgevingskwaliteit verhoogt.” Het departement Omgeving werkt ook aan een strategie voor fijnmazige groenblauwe dooradering van bebouwde gebieden en landbouwgebied: “Op die manier willen we robuuste natuurgebieden verbinden en versterken. We maken gezondere steden, dorpen en wijken met voldoende kwalitatief en toegankelijk groen." De voorbije jaren werden reeds verschillende beleidsverkenningen uitgevoerd, zoals de tool voor ‘groene functionele belevingstrajecten’ en de projecten ‘de boom als ecosysteemunit’, ‘luwte oases’ en ‘tuinencomplex’. Tot slot formuleerde hij enkele noden voor toekomstig onderzoek.
     
  • Ook voor Myriam De Bie (Agentschap Natuur en Bos, Vlaamse overheid) sluiten de resultaten goed aan bij het beleid en de ambities van het ANB. O.a. bij de verbrede focus van het ANB op “natuur samen, met en dichtbij de mensen” en de groeiende aandacht voor ‘natuuroplossingen’, voor verschillende maatschappelijke uitdagingen. “Kennis en inzicht over de interactie tussen mens en natuur is daarbij ontzettend belangrijk. Onder meer om de juiste keuzes te kunnen maken.” Ook de focus op jongeren is zinvol: “De jongeren dreigen we soms wat kwijt te geraken als het gaat over natuur, of we ontmoeten hen in een negatieve context. De resultaten tonen nu echter dat ook jongeren veel belang hechten aan natuur en dat ze het nodig hebben voor hun gezondheid.” Blijvende aandacht voor jongeren in het kader van het doelgroepenbeleid is dus belangrijk. Myriam verwijst tot slot naar enkele concrete projecten van het ANB, de thematische werking ‘Natuur in de zorg’ en de jaarlijkse projectoproep ‘Natuur in je buurt’ die zorgt voor de ondersteuning van concrete projecten.
     
  • Jens Aerts (Vlaamse vereniging voor Ruimte en Planning) sprak tot slot vanuit zijn achtergrond als ruimtelijk planner en het werk dat hij verrichtte voor UNICEF rond het thema gezondheid en veiligheid van kinderen en jongeren in relatie tot de ruimtelijke omgeving. Ook vanuit de VRP is er veel aandacht voor publieke groene ruimte. “Er is nood aan een sterk beleid en een sterke administratie, die op lange termijn denken. En daar hebben we goede data voor nodig.” VRP wil helpen om die kennis ter beschikking te stellen. Recent gebeurde dat o.a. rond ‘groen-blauwe klimaatoplossingen’, tijdens enkele ‘post-corona talks’, of de tweemaandelijkse uitreiking van de ‘openruimtebeker’. Zeker voor kinderen en jongeren is een groene leefomgeving belangrijk. Jens werkte mee aan enkele publicaties hierover voor UNICEF, zie hier en hier. En ook de toenemende aandacht voor gezonde voedselomgevingen is hieraan gelinkt. Tot slot houdt ook Jens een pleidooi voor jongerenparticipatie: “Jongeren hebben de voorbije jaren bewezen dat ze kunnen mobiliseren en vaak beter  weten waar de prioriteiten liggen. Omgekeerd kan het ook voor de jongeren een leerproces zijn. Samen kunnen we de juiste ontwerpkeuzes maken”.

Presentaties:

2. Webinar binnenmilieu en gezondheid

Na een welkomswoord en een korte introductie door Ilse Loots (UAntwerpen) en Greet Schoeters (VITO/UAntwerpen), werden de resultaten toegelicht door onderzoekers Ann Colles (VITO), Adrian Covaci (UAntwerpen), Bert Morrens (UAntwerpen) en Dries Coertjens (UAntwerpen).

De onderzoeksresultaten:

De resultaten tonen aan dat keuzes in de inrichting van de woning of het gedrag van de bewoners een invloed kunnen hebben op de blootstelling aan chemische stoffen en de gezondheid van de bewoners. Zo werden o.a. associaties aangetoond met de aanwezigheid van PVC-vloer of behang in de woning, nieuwe decoratie in huis, gebruik van een kachel als hoofdverwarming, roken in huis en gebruik van bestrijdingsmiddelen en bleekwater. Bij goede ventilatie en verluchting van de woning hebben jongeren lagere gehaltes van pesticiden, plastic weekmakers, vlamvertragers en perfluorverbindingen in het lichaam. Ze hebben ook minder fysiologische stress.

We merken ook dat oude gereglementeerde stoffen meer en meer verdwijnen, maar vervangen worden door nieuwe minder gekende chemische stoffen. Verder werden ook sociale verschillen vastgesteld in de resultaten: jongeren uit huishoudens met een lager gezinsinkomen, lager opleidingsniveau of een buitenlandse herkomst rapporteerden meer binnenhuiskenmerken die ongunstig zijn voor blootstelling aan chemische stoffen en voor de gezondheid.

Een volledige samenvatting van de resultaten vind je hier.

Conclusies rondetafelgesprek over beleidsrelevantie van de onderzoeksresultaten:

Na de resultatenpresentatie werden enkele conclusies toegelicht van een rondetafelgesprek dat in oktober 2020 georganiseerd werd met een groep actoren uit beleid en maatschappelijk middenveld. Tijdens deze rondetafel werd nagedacht over de beleidsrelevantie van de onderzoeksresultaten voor verschillende beleidsdomeinen en sectoren. Op basis van deze discussie werden enkele opties voor beleid geformuleerd, waarover ook de deelnemers aan de Webinar om feedback werd gevraagd (via Padlet).

Enkele reflecties uit het werkveld:

In een tweede deel van de Webinar werden vier actoren uit het werkveld gevraagd om enkele reflecties bij de onderzoeksresultaten te formuleren: Wat betekenen de resultaten voor hun organisatie en werkpraktijk? En welke prioriteiten of klemtonen zien zij voor het beleid? (Voor het eigen beleidsdomein of ruimer)

  • Melanie Vercruysse (Netwerk Architecten Vlaanderen) vindt de resultaten heel relevant voor haar sector. “Het is belangrijk om te zien dat een aantal van de aanbevelingen die een architect kan doen, ook effectief meetbaar zijn”. Een architect heeft een sterke sensibiliserende en adviserende rol, als eerste aanspreekpunt voor zowel bouwheer als aannemer. Maar het is niet altijd evident om de juiste argumenten aan te halen om hen te overtuigen. “Architecten zijn duidelijk meer bezig met milieu en gezondheid, maar tegelijk is er ook nog veel ruimte voor groei. Bv. labels zijn vaak niet voldoende gekend en de doorvertaling naar de praktijk is ook niet evident. Er is zeker nog veel ruimte voor sensibilisering en bekendmaking.” Melanie duidt ook op het belang van een holistische aanpak en een betere afstemming tussen de beleidsdomeinen, aangezien architecten voor veel verschillende zaken worden benaderd. Tot slot pleit ze voor een systeem waarbij ook renovaties beter begeleid kunnen worden en een betere ontsluiting van gezondheidsinformatie in materialendatabanken.
     

  • Luc De Meyer (Wonen Vlaanderen, Vlaamse overheid) is zeer blij met de studie en het feit dat diverse actoren uit het beleid en het werkveld betrokken worden bij de interpretatie en beleidsvertaling van de resultaten. Hij situeert de resultaten binnen de ‘minimale woningkwaliteitseisen’ van Wonen Vlaanderen, die sinds 1 januari 2020 een update kregen. “Dit zijn de minimale vereisten waar alle woningen in Vlaanderen aan moeten voldoen. Het is dus de ondergrens, die noodgedwongen niet te streng mag zijn, anders dreigt onbewoonbaarheid voor heel wat woningen.” Toch worden in die context een aantal relevante zaken opgevolgd: zoals het risico op CO vergiftiging, vocht en schimmel, de aanwezigheid van een verwarmingstoestel en de mogelijkheid om te verluchten. Er is ook een nieuwe rubriek waaronder ‘andere gezondheidsrisico’s’ gequoteerd kunnen worden. Daarnaast lanceert Wonen Vlaanderen in februari de Woningkwaliteitswijzer, een online instrument gekoppeld aan de Woningpas. “De Woningkwaliteitswijzer is echt een sensibiliseringsinstrument. Elke burger kan de kwaliteit van de eigen woning inschatten en je krijgt ook tips om je woning te verbeteren. Hierin kunnen nieuwe inzichten veel sneller worden meegenomen.” Er is alvast een tabblad over ‘onschadelijke materialen’, hoewel voorlopig enkel asbest en loden waterleidingen werden opgenomen.
     
  • Ook Tine Catoor (Essenscia, sectorfederatie voor de chemische- en life sciences industrie) benadrukt het belang van humane-biomonitoringonderzoek. “Vlaanderen heeft een voortrekkersrol. Dankzij dit onderzoek kunnen we trends opvolgen doorheen de tijd voor veel verschillende stoffen.” Tine onthoudt vooral het positieve verhaal: “We zien dalende trends voor heel wat stoffen en over het algemeen worden geen grote gezondheidsrisico’s vastgesteld, op basis van gezondheidskundige toetsingswaarden.” Die gezondheidskundige interpretatie is heel belangrijk, want de meeste resultaten tonen enkel relatieve verschillen. Tine benadrukt ook enkele opmerkelijke resultaten, met name de toenemende blootstelling aan alternatieve stoffen en de socio-economische verschillen in blootstelling. Het is belangrijk om dit verder te onderzoeken. Essenscia is voorstander van een strenge regelgeving, maar dan wel binnen een Europees kader, en specifiek gericht op de toepassingen die blootstelling veroorzaken. Dit in combinatie met een strengere controle op import van buiten de EU. “Producten die op de markt komen moeten veilig zijn. We moeten de verantwoordelijkheid om veilige keuzes te maken niet aan de burgers of architecten laten.
     
  • Hannah Bohez (Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, Vlaamse overheid) bekeek de resultaten tot slot vanuit het perspectief van de zorginfrastructuur. Binnenmilieu is een belangrijk thema voor de zorgsector. Heel wat doelgroepen verblijven lange tijd in zorginstellingen en brengen daar een groot deel van hun tijd binnen door. Het gaat daarbij vaak over gevoelige doelgroepen, zoals zieken, ouderen en kinderen in een kinderdagverblijf. “Indien er belangrijke aandachtspunten zijn, dan moeten we die capteren en meegeven aan onze bouwheren en technische adviseurs.” Om de resultaten om te zetten in concrete aanbevelingen, ziet Hannah echter nog enkele openstaande vragen: “Zijn de resultaten extrapoleerbaar naar de context en doelgroepen van de zorg? Wat is de gezondheidsimpact bij de vastgestelde concentraties? Wat zijn de voornaamste bronnen? En welke bouwtechnische aanbevelingen kunnen we formuleren?” Dergelijke concrete informatie zou kunnen worden meegenomen in de duurzaamheidscriteria bij het toekennen van subsidies of in de federale materialendatabank. Een monetarisering van de gezondheidswinst zou tot slot kunnen helpen om bepaalde keuzes verder te onderbouwen.

Presentaties: